KenniscentrumZiekte/AandoeningPasgeborenen › Huilbaby › Huilbaby

Huilbaby

Een baby die extreem veel huilt

Hoewel de term huilbaby is ingeburgerd in de Nederlandse taal, spreken deskundigen doorgaans van excessief huilen: een baby die extreem veel huilt.

Huilgedrag van baby's

Vrijwel alle baby's huilen. Het huilen van een baby neemt de eerste weken na de geboorte toe, met een piek rond de 6 weken. Huilen tot 1,5 tot 2 uur per dag wordt als normaal beschouwd.
Onderstaande grafiek laat zien hoeveel minuten een gezonde baby huilt, onafhankelijk van het verzorgingspatroon of de opvoedstijl. Op de horizontale as staat de leeftijd in weken, op de verticale as staat het aantal minuten huilen per 24 uur.
Normaal huilgedrag is:
  • leeftijd 2 weken: 1 tot 1,5 uur per dag;
  • leeftijd 6 tot 8 weken: 2 tot 2,5 uur per dag;
  • na de leeftijd van 3 tot 4 maanden neemt het huilen af naar 1 tot 1,5 uur per dag.
(bron: Richtlijn excessief huilen bij baby's van het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid)
Huilgedrag van gezonde baby

Definitie en richtlijn

De officiële definitie van een huilbaby is een baby die meer dan 3 uur per dag, meer dan 3 dagen per week, tenminste 3 weken achter elkaar huilt (M.A. Wessel et al.). Maar ook als ouders het huilgedrag van hun baby als probleem ervaren, kunnen we van een huilbaby spreken. Dit laatste is ook het uitgangspunt voor de kinderartsen van het Slingeland Ziekenhuis.
Afhankelijk van welke definitie wordt gehanteerd, komt excessief huilen voor bij 5 tot 19% van de baby's. Wanneer aan ouders wordt gevraagd of zij vinden dat zij een huilbaby hebben, vindt 9 tot 13% dat dit het geval is.

Er is een richtlijn uitgebracht door het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid, getiteld Preventie, signalering, diagnostiek en behandeling van excessief huilen bij baby's. Deze richtlijn is tot stand gekomen in samenwerking met alle gezondheidsinstanties die zorg dragen voor baby's. Het consultatiebureau, de huisartsen en de kinderartsen zijn hier allen bij betrokken. Zij gebruiken nu deze richtlijn als leidraad bij de behandeling van huilbaby's.
In deze richtlijn wordt (net als in het Slingeland Ziekenhuis) een definitie van een huilbaby gebruikt die het meest aansluit bij hoe de ouders het ervaren. Wanneer zij het huilgedrag als problematisch ervaren en er hulp voor zoeken, kan worden gesproken van een huilbaby. In dat geval is er in Nederland bij ongeveer 10% van de baby's sprake van een huilbaby. Met andere woorden: bij ongeveer 10 op de 100 baby's is er sprake van huilgedrag dat door ouders als te veel (extreem) wordt ervaren en waarvoor hulp wordt gezocht.

(Zie ook: Multidisciplinaire richtlijn Excessief huilen bij baby's NCJ)

Oorzaken

Uit onderzoek van kinderarts Nooitgedagt blijkt dat bij de meeste baby's die worden opgenomen in verband met overmatig huilen geen onderliggende oorzaak wordt gevonden, namelijk bij minder dan 5%. Het huilpatroon van deze kinderen vermindert meestal na enkele dagen observatie. Vaak wordt ten onrechte gedacht aan een koemelkeiwit-allergie of gastro-oesofageale reflux (terugvloeien van zure maaginhoud in de slokdarm) als oorzaak van het vele huilen. Toch is dit meestal niet het geval.
Wel blijkt dat veel huilbaby's overprikkeld zijn: zij reageren sterk op prikkels uit de omgeving en raken hierdoor vermoeid. Ondanks die vermoeidheid vinden zij het moeilijk om zelf in slaap te vallen en raken zo nog vermoeider, met meer huilen als gevolg.
Het ontbreken van ritme en regelmaat speelt een belangrijke rol bij de instandhouding van het vele huilen van een baby. Een baby is gebaat bij regelmaat en voorspelbaarheid. Ook het aantal prikkels moet beperkt zijn, want het krijgen van te veel prikkels heeft een negatief effect. Denk hierbij aan geluid, maar ook aan onverwachte uitstapjes die niet overeenkomen met het slaappatroon van het kind.

Symptomen

  • Een huilbaby of overprikkelde baby slaapt vaak slecht. Hij vindt het moeilijk om in slaap te vallen en maait vaak onrustig met de armpjes. Als de baby dan eenmaal slaapt, zijn het vaak korte slaapjes ('hazenslaapjes'). Bij het minste of geringste schrikt de baby alweer wakker.
  • Huilbaby's drinken vaak onrustig en spugen regelmatig.
  • Huilbaby's zijn erg onrustig in hun bewegingen en overstrekken vaak. Overstrekken is het voortdurend aanspannen van de rugspieren en het achterover drukken van het hoofdje. Tijdens het huilen zie je vaak dat ze de handen tot vuistjes ballen en regelmatig met de benen trappelen en ze optrekken.
  • Huilbaby's zijn vaak moeilijk te troosten.

Wat u zelf kunt doen

Zorg ervoor dat de dag voor uw baby voorspelbaar wordt. Dat betekent niet voeden en slapen op vaste tijden, maar voeden, spelen en slapen in een vaste volgorde. Wanneer u uw baby troost, doe dit telkens op dezelfde manier. Zo zorgt u ervoor dat de dag voor uw baby voorspelbaar wordt. Zorg voor een rustige omgeving met weinig prikkels.
Observeer uw kind en kijk naar tekenen van vermoeidheid. Leg uw baby bij de eerste tekenen van vermoeidheid in bed. Vermoeidheidssignalen van de baby kunnen zijn:
  • bleek worden;
  • afwenden of wegkijken;
  • drukker worden;
  • jengelen;
  • gapen;
  • in de ogen wrijven.
Vaak is het goed om te proberen gedurende 2 tot 3 dagen een huillijst bij te houden. Hier kunt u een huillijst downloaden. Ouders kunnen deze huillijst zelf uitprinten en invullen. Op die manier wordt voor u duidelijk hoe vaak en hoe lang uw kind huilt. Daarnaast dient de huillijst ook om te kijken of het huilen ergens mee samenhangt.


Hieronder ziet u een voorbeeld uit de richtlijn van het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid, waarin regelmaat, voorspelbaarheid en prikkelvermindering een belangrijke rol hebben. Op die manier dragen ze bij aan het verminderen van het extreem veel huilen van de baby.

Naar de kinderarts

De kinderarts ziet regelmatig huilbaby's op de Huilpoli. Hij of zij zal uitgebreid vragen naar de klachten van uw baby. Ook wordt uw baby volledig lichamelijk onderzocht. Soms komt uit dit gesprek en/of uit lichamelijk onderzoek het vermoeden dat er een onderliggende oorzaak is. In dat geval bespreekt de kinderarts dit met u. De kinderarts zal daar onderzoek naar doen en/of een behandeling starten.
In de meeste gevallen wordt er geen onderliggende (lichamelijke) oorzaak gevonden. Worden er bij het standaard lichamelijk onderzoek geen bijzonderheden gevonden, dan is verder (laboratorium)onderzoek niet nodig.
Zijn er geen aanwijzingen voor een onderliggende oorzaak, dan kan in overleg met u worden besloten om uw baby te verwijzen naar de huilbaby-poli. Deze huilbaby-poli wordt momenteel ontwikkeld in het Slingeland.

Huilbaby-poli

In overleg met de kinderarts kunt u besluiten om met uw baby naar de Huilpoli te gaan. Uw baby wordt dan geobserveerd door een pedagogisch medewerker die veel ervaring heeft met huilbaby's. Zij zal conform de richtlijn met u het huilgedrag van uw baby doornemen. Gekeken wordt of er praktische tips zijn die u kunt gebruiken in de thuissituatie, waardoor de baby minder zal huilen. Als er sprake is van ontroostbaar huilen, kan zij u tips geven hoe uw baby te troosten.

Troosten door 'The Happiest Baby'-methode

Voor de manier van troosten wordt op de huilbaby-poli gewerkt met de 5S-methode van dr. Harvey Karp. Dit is een Amerikaanse kinderarts die zich heeft gespecialiseerd in huilbaby's. Hij heeft een praktische methode ontwikkeld die goed lijkt te werken, getiteld The Happiest Baby ('de gelukkigste baby').
De pedagogisch medewerker observeert uw baby en bespreekt met u tips die kunnen helpen in de thuissituatie. Veel baby's zijn op jonge leeftijd gebaat bij inbakeren (in doeken wikkelen). Een speciale manier van inbakeren kan u op de poli worden aangeleerd, mocht het zinvol lijken voor uw baby.
Aan het eind van het polibezoek bij de pedagogisch medewerker wordt een plan van aanpak met u opgesteld. Ook wordt afgesproken wat het verdere vervolg zal zijn. De pedagogisch medewerker en de kinderarts nemen hierna regelmatig contact op om te horen hoe het gaat.

Opname op de Kinderafdeling

Soms kan een opname op de Kinderafdeling nodig zijn om uw baby nauwkeurig te observeren. Zo'n opname duurt enkele dagen (meestal 3 tot 5 dagen). In deze periode wordt in eerste instantie alleen geobserveerd, meestal wordt er niet meteen een behandeling gestart. Voeding en medicijnen die al zijn gestart en die geen effect hebben, worden zoveel mogelijk gestopt tijdens deze periode. Verpleegkundigen houden een huillijst bij waarop precies wordt genoteerd hoe lang en hoe vaak uw baby huilt. Ook andere opvallendheden worden genoteerd.
De pedagogisch medewerker is betrokken tijdens de opname en maakt een dagprogramma.
We adviseren ouders om tijdens deze observatieperiode thuis te slapen, zodat ze kunt uitrusten.
Na ongeveer 48 uur bespreekt de kinderarts (eventueel samen met de pedagogisch medewerker) met u de bevindingen tot dan toe en wordt, indien mogelijk, een plan van aanpak opgesteld. Afhankelijk van de bevindingen en het verloop van de opname kan uw baby naar huis. Voorwaarde is wel dat de medewerkers van de afdeling en u voldoende zekerheid hebben dat het thuis in principe weer goed zal gaan.

Zie ook: Huilpoli

Bronnen



Deel deze pagina: