KenniscentrumZiekte/AandoeningPasgeborenen › Afwijkende schedelvorm › Afwijkende schedelvorm door voorkeurshouding

Afwijkende schedelvorm door voorkeurshouding

Ongeveer 12% van de zuigelingen ontwikkelt een voorkeurshouding tijdens het liggen. Bij een aantal van deze kinderen kan hierdoor de schedel vervormen.
Door de ouders in een vroeg stadium houdingsadviezen te laten toepassen, lukt het vaak om deze voorkeurshouding te doorbreken. De schedelvervorming trekt dan meestal bij, zodat verdere behandeling niet nodig is.

Kinderfysiotherapeut

Als houdingsadviezen alleen onvoldoende verbetering geven, kan de kinderfysiotherapeut worden ingeschakeld. De kinderfysiotherapeut probeert de voorkeurshouding van het kind te doorbreken met behulp van oefeningen.

Redressiehelm

Soms blijft, ondanks alle inspanningen, rond de leeftijd van 5 tot 6 maanden een uitgesproken schedelvervorming bestaan. In dat geval kan behandeling met een redressiehelm worden overwogen.
Het tot nu toe enige bekende nadeel van schedelvervorming is, dat het er minder mooi uitziet. De helmbehandeling is dus een cosmetische behandeling.
Bij veel kinderen neemt de schedelvervorming in de loop van de eerste twee jaar uit zichzelf af, ook zonder redressiehelm.
Recent onderzoek door de Universiteit van Twente heeft laten zien dat er evenveel verbetering van de schedelvorm is bij een helmbehandeling in vergelijking met het afwachten van natuurlijk herstel bij gezonde kinderen met een matige tot ernstige schedelvervorming. Alle ouders van kinderen die een helm kregen rapporteerden één of meer bijwerkingen van de helm. De helmbehandeling lijkt geen nadelige gevolgen te hebben voor het kind op de lange termijn. Verder is helmbehandeling een dure behandeling.
Naar aanleiding van deze bevindingen wordt door de onderzoekers een helmbehandeling als standaard behandeling voor gezonde kinderen met een matige tot ernstige schedelvervorming afgeraden.

Bezoek aan kinderarts

De zuigelingen die toch voor helmtherapie in aanmerking willen komen, worden doorgaans verwezen naar de kinderarts. Dat wordt gedaan door de huisarts, op advies van de kinderfysiotherapeut of consultatiebureau-arts.
De kinderarts beoordeelt of er wellicht onderliggende lichamelijke afwijkingen zijn, die de schedelvervorming veroorzaken. Samen met de ouders wordt besloten of gekozen wordt voor helmtherapie.

Helmtherapie

Voor het aanpassen van de helm wordt in principe verwezen naar een vestiging van Roessingh revalidatietechniek in Doetinchem of op verzoek van de ouders naar elders. De medewerkers van Roessingh begeleiden de praktische kant van de helmtherapie. De helm wordt in principe 23 uur per dag gedragen tot de leeftijd van 12 maanden. De helm wordt door de meeste zuigelingen goed verdragen.
Halverwege en aan het eind van de behandeling wordt een controle-afspraak gemaakt bij de kinderarts. Deze beoordeelt het resultaat van de behandeling en de ontwikkeling van het kind.

Meten vooraf en achteraf

Om de schedelvervorming en het resultaat van de behandeling goed vast te leggen, wordt bij de start en aan het eind van de helmtherapie een meting gedaan met een speciale meetmethode. Hierbij wordt een bandje om het hoofd geplaatst, dat de vorm van het hoofd aanneemt. Deze meting wordt vaak al gedaan door de kinderfysiotherapeut voordat het kind naar de kinderarts wordt verwezen. De eindmeting wordt meestal gedaan door de kinderarts of door de medewerkers van Roessingh.
Meer informatie over de redressiehelm, door Roessingh revalidatietechniek


Deel deze pagina: