KenniscentrumZiekte/AandoeningMaag Darm Lever › Obstipatie › Obstipatie bij kinderen

Obstipatie bij kinderen

Obstipatie wordt ook wel constipatie of verstopping genoemd. Iemand met obstipatie poept niet of zeer weinig (lage ontlastingsfrequentie) of heeft harde, pijnlijke ontlasting. De ontlastingsfrequentie is bij iedereen verschillend en is afhankelijk van onder meer voeding en beweging, maar bijvoorbeeld ook van stress.

Ontlastingsfrequentie bij baby's

Bij baby's vindt de eerste ontlasting na de geboorte bijna altijd binnen 48 uur plaats. De ontlastingsfrequentie van zuigelingen is zeer wisselend, in het begin wel één tot negen keer per dag. Later neemt dit af. Kinderen die borstvoeding krijgen, kunnen soms maar één keer per tien dagen ontlasting hebben zonder dat dit problemen geeft.

Obstipatie bij kinderen

Bij kinderen vanaf de kleuterleeftijd wordt gesproken over obstipatie als er twee of meer van de volgende symptomen zijn:
  • De ontlastingsfrequentie is minder dan drie keer week.
  • Minstens één keer per week ontlastingsverlies in de broek.
  • Grote hoeveelheid ontlasting eenmaal per week of per meerdere weken, zonder dat er tussendoor ontlasting is.
  • Pijn bij de ontlasting.
  • Ophoudgedrag.
  • Aanwezigheid van een grote hoeveelheid ontlasting in de buik of in de endeldarm bij onderzoek.

Oorzaken

Obstipatie komt bij kinderen vaak voor. Bij veel kinderen begint de obstipatie in de periode van de zindelijkheidstraining. Een ander moment waarop obstipatie nogal eens ontstaat, is bij het starten op de basisschool.
Bij ruim 90% van de kinderen is er geen lichamelijke oorzaak te vinden. Er wordt dan gesproken over functionele obstipatie.
Zeldzamer is de zogeheten organische obstipatie. Hier is wel sprake van een lichamelijke oorzaak, bijvoorbeeld de ziekte van Hirschsprung, taaislijmziekte, glutenovergevoeligheid (coeliakie) of een aangeboren afwijking aan darm of anus. Bij ongeveer 30% van de kinderen komt obstipatie in de familie voor en kan erfelijke aanleg een rol spelen.

Poepdagboek

Om de obstipatie bij een kind goed in beeld te krijgen, is het zinvol een zogeheten poepdagboek bij te houden. De kinderarts kan hiermee, gecombineerd met lichamelijk onderzoek en de antwoorden op een aantal vragen, vaak al constateren of er sprake is van een functionele obstipatie of van de zeldzamere organische obstipatie.

Onderzoeken

De volgende onderzoeken kunnen bij kinderen met obstipatie worden gedaan. Niet bij alle kinderen zijn deze onderzoeken nodig.
  • Rectaal toucher:
    de arts voelt met een vinger in de anus naar de aanwezigheid van ontlasting in het laatste stukje darm. Dit onderzoek wordt zo weinig mogelijk gedaan, om de spanning rond de anus en het poepen niet te vergroten voor het kind.
  • Buikoverzichtsfoto (röntgenfoto):
    bij twijfel of er sprake is van obstipatie kan een foto uitsluitsel geven over de hoeveelheid ontlasting in de darmen.
  • Rectumslijmvlies-biopt:
    onderzoek om de ziekte van Hirschssprung uit te sluiten. Hierbij wordt een stukje weefsel uit het slijmvlies van de endeldarm (rectum) genomen. Dit wordt gedaan door een kinderchirurg in een academisch ziekenhuis.
  • Glutentest:
    bloedonderzoek om de kans op coeliakie te bepalen. Coeliakie is overgevoeligheid voor gluten, dat onder meer in tarweproducten zit.

Behandeling

Voedingsadviezen zijn niet wetenschappelijk bewezen, maar het is advies om regelmatig en gevarieerd te eten, met voldoende vezels en vocht.
Uitleg over het probleem is belangrijk, zowel voor de ouders als het kind. Dit kan de spanning rondom het poepprobleem verminderen, met een gunstige uitwerking op ophoudgedrag en de verstopping.
Aanleren van goed toiletgedrag is een ander belangrijk onderdeel van de behandeling. Denk daarbij aan de toilethouding en een vast ritme, al dan niet met een beloningssysteem. De kinderarts bespreekt dit met de ouders en het kind.
Indien nodig wordt ook gekozen voor een klysma of rectaal spoelen. Bij een klysma wordt een spuitje of een slangetje in de anus en eventueel een stukje in de darm geschoven. Er wordt een vloeistof toegediend die de vastzittende ontlasting verdunt en losmaakt en daarbij de darmwerking stimuleert.
Bij rectaal spoelen wordt de darm gespoeld met behulp van een spoelslang. Hiervoor wordt gekozen als de andere behandelingen onvoldoende resultaat opleveren. Met behulp van een spoelslang die rectaal wordt ingebracht, wordt met 500 tot 1000 ml spoelvloeistof de darm gespoeld. Dit duurt zo'n 30 tot 45 minuten en kan bij oudere kinderen op het toilet plaatsvinden. Bij jongere kinderen gebeurt dit liggend.
Zie ook: incontinentie
Als er naast de obstipatie ook gedrags- of ontwikkelingsstoornissen zijn, kunnen gedragstherapie en begeleiding door een orthopedagoog nuttig zijn.

Medicatie

Soms zijn medicijnen nodig. Deze moeten vaak gedurende drie tot zes maanden worden ingenomen om het ontlastingspatroon goed te houden. Vanaf babyleeftijd (circa 6 maanden) is een PEG-bevattend geneesmiddel de eerste keus, omdat dit minder bijwerkingen heeft dan lactulose. PEG staat voor polyethyleenglycol, lactulose is een synthetische suikerverbinding. Aan zuigelingen jonger dan 6 maanden wordt nog wel lactulose gegeven, omdat er bij kinderen van deze leeftijd nog onvoldoende ervaring is met PEG-bevattende geneesmiddelen.
Bij deze geneesmiddelen is het goed om met een hoge dosis te beginnen, zodat de ontlasting zodanig zacht wordt dat deze nog moeilijk op te houden is. Daarna kan gedoseerd worden aan de hand van een regelmatig ontlastingspatroon, normale consistentie (stevigheid) en het verminderen of verdwijnen van het ontlastingsverlies in de broek.

Ontlasting in de endeldarm

Bij een grote hoeveelheid ontlasting in de endeldarm is een hoge dosis PEG-bevattend geneesmiddel noodzakelijk of meerdere klysma's (spoelingen). Als geneesmiddelen en klysma's onvoldoende resultaat opleveren, kan rectaal spoelen nog een mogelijkheid zijn.

De PIPO-poli

Het Slingeland Ziekenhuis heeft een PIPO-poli. Dit is een speciale polikliniek voor kinderen met plas- en incontinentieproblemen (pi) en poep-problemen (po). De huisarts kan u hiernaar verwijzen als uw kind 'pipo'-problemen heeft. U krijgt dan een speciale vragenlijst om in te vullen en mee te nemen naar het eerste bezoek aan de kinderarts. Ook kunt u alvast een plaslijst en/of een poeplijst invullen. De kinderartsen die 'pipo'-problemen behandelen, zijn dokter Eling en dokter Jacobs.
In het Slingeland Ziekenhuis worden kinderen met poepproblemen na het bezoek aan de kinderarts voor de toilettraining doorverwezen naar de pedagogisch medewerkers van de kinderafdeling. Ook kan orthopedagogische begeleiding worden ingeschakeld. Soms wordt ook de kinderbekkenbodemfysiotherapeut gevraagd om het toiletgedrag nader te bekijken en te oefenen.

Boek voor meer informatie

Verstopping op de kinderleeftijd, dr. M.A. Benninga et al. ISBN 978-90-5761-078-3


Deel deze pagina: