Astma

Chronische ontsteking van de luchtwegen

Astma is een chronische ontsteking van de luchtwegen (longen). De ontsteking zorgt voor prikkelbare luchtwegen, waardoor mensen met astma het vaak benauwd hebben.

Astma-aanval

Tijdens een astma-aanval verkrampen de spieren rond de luchtwegen, zwellen de slijmvliezen op en komt er meer slijm in de luchtwegen. De luchtwegen worden daardoor smaller en de lucht komt er moeilijker doorheen. Hierdoor gaat het ademhalen moeilijk.
Astma geeft niet de hele tijd klachten. Er kunnen periodes zijn waarin het kind niet of nauwelijks klachten heeft. Toch is astma een chronische ziekte, omdat er continu een ontsteking is van de luchtwegen.
Folder: Benauwdheidsklachten bij kinderen

Symptomen

Onderstaande symptomen kunnen zich voordoen tijdens astma-aanvallen, maar ook tussendoor.

Symptomen bij kinderen jonger dan vier jaar

  • piepen, zagen of brommen bij de ademhaling;
  • hoesten en 'vol zitten' met slijm in de luchtwegen;
  • langdurige loopneus;
  • huiduitslag of eczeem.

Symptomen bij kinderen ouder dan vier jaar

  • kortademigheid in aanvallen of bij inspanning;
  • last van allergieën zoals niesbuien, jeukende ogen, gezwollen oogleden, een droge hoest en een verstopte neus;
  • 's nachts hoesten met vermoeidheid als gevolg.

Prikkels die een aanval kunnen oproepen

Een astma-aanval kan worden veroorzaakt door allergische prikkels en niet-allergische prikkels.

Allergische prikkels

Bij veel kinderen met astma reageren de luchtwegen op allergische prikkels. De belangrijkste allergische prikkels zijn:
  • huisstofmijt
  • huidschilfers van huisdieren
  • schimmelsporen
  • stuifmeel van gras en bomen

Niet-allergische prikkels

Er zijn ook niet-allergische prikkels die een astma-aanval kunnen veroorzaken, zoals:
  • tabaksrook
  • bepaalde voeding
  • parfum
  • chloordamp
  • luchtvervuiling
  • het weer
Kinderen met astma kunnen ook benauwd worden door:
  • luchtweginfecties die veroorzaakt worden door een virus;
  • lichamelijke inspanning of stress.

Erfelijke aanleg

De aanleg voor astma en allergie is erfelijk. Een kind met twee gezonde ouders heeft 5 tot 10 procent kans dat het ooit astma krijgt. Als één van de ouders astma of een allergie heeft, stijgt die kans naar 50 procent. En als beide ouders astmatisch of allergisch zijn, is die kans liefst 70 procent. Meer jongens dan meisjes hebben astmatische klachten.

Peuterastma

Bij peuterastma is sprake van prikkelbare luchtwegen bij jonge kinderen (tot 4 jaar). Dit uit zich in piepende ademhaling, hoesten en 'vol zitten' met slijm. Bij jonge kinderen is de diagnose astma niet goed te stellen, omdat een longfunctie-onderzoek vaak pas mogelijk is vanaf vijf- a zesjarige leeftijd. Vandaar de term peuterastma.
Peuterastma komt veel voor. Ongeveer één op de drie kinderen onder de vier jaar is wel eens benauwd. Eén op de tien is dat zelfs regelmatig. Veel van deze kinderen hebben klachten als ze verkouden zijn, maar sommige kinderen kunnen ook benauwd zijn als ze niet verkouden zijn.
Peuterastma gaat vaak vanzelf over. Twee op de drie kinderen met peuterastma heeft geen klachten meer na de leeftijd van zes jaar. Bij anderen gaat peuterastma over in astma. Erfelijke aanleg vergroot de kans op astma bij kinderen. Het is echter niet te voorspellen welk kind over de klachten van peuterastma heen zal groeien.

Onderzoek

Om astma vast te kunnen stellen, zal de kinderarts vragen naar de klachten en lichamelijk onderzoek doen. Daarnaast kan een aantal onderzoeken worden gedaan.

Longfunctie-onderzoek

Het eerste onderzoek dat gedaan zal worden om astma vast te stellen is een longfunctie-onderzoek. Hiermee wordt bekeken hoe goed de longen werken, hoeveel lucht er in de longen kan (longinhoud) en hoe gevoelig de luchtwegen zijn.
Bij longfunctie-onderzoek moet het kind een aantal opdrachten goed begrijpen en kunnen uitvoeren. Longfunctie-onderzoek lukt daarom vaak pas vanaf een leeftijd van vijf a zes jaar.

Allergologisch onderzoek

Een ander onderzoek dat vaak wordt gedaan, is een allergologisch onderzoek. Hierbij kijkt de kinderarts of het kind ergens allergisch voor is. Dit is belangrijk, omdat een allergische reactie een astma-aanval kan veroorzaken. Meestal wordt het bloed onderzocht. Dan wordt gekeken of er allergie-antistoffen gericht tegen bepaalde allergische prikkels aanwezig zijn in het bloed. Aanwezigheid van deze allergie-antistoffen (allergenen genoemd) kunnen wijzen op een allergie.
Allergieën kunnen zich ontwikkelen in de loop van de jaren. Dit gebeurt als een kind met aanleg voor allergie of astma regelmatig wordt blootgesteld aan allergische prikkels. Het kan dus zijn dat er bij het bloedonderzoek geen allergie-antistoffen worden gevonden tegen een bepaalde allergische prikkel, maar dat het kind er later toch een allergie voor ontwikkelt. Dit is vooral het geval bij jonge kinderen (onder de 4 jaar). Om deze reden wordt bloedonderzoek naar allergieën vaak na enige tijd herhaald.

Behandeling

Astma is niet te genezen. De behandeling bestaat uit het voorkomen en bestrijden van de klachten.

Voorkomen van klachten (maatregelen nemen)

Kinderen met astma moeten prikkels die een aanval kunnen veroorzaken zoveel mogelijk vermijden. Zorg er in elk geval voor dat er niet gerookt wordt in de buurt van het kind. Buiten roken of alleen roken in bepaalde gedeeltes van het huis geeft nog steeds blootstelling aan tabaksrook voor het kind. Dit komt doordat er deeltjes van de tabaksrook in bijvoorbeeld kleding en haren zitten.
Of het verder nodig is bepaalde prikkels in of rond het huis aan te pakken, hangt af van de klachten. Bespreek dit met de kinderarts of de kinderlongverpleegkundige.
Sporten en lichamelijke activiteit verminderen vaak de astma-klachten.
Kinderen met astma komen in aanmerking voor de griepprik. U ontvangt hiervoor een oproep via de huisarts.

Bestrijden van klachten (medicijnen)

De meeste medicijnen voor astmapatiënten zijn inhalatiemiddelen (pufjes). Deze hebben als voordeel dat het medicijn direct terechtkomt waar het moet werken, namelijk in de longen.
Er zijn twee soorten astma-medicijnen:
  • Luchtwegverwijders verwijden de luchtwegen direct. Er zijn kortwerkende luchtwegverwijders (bijvoorbeeld Salbutamol, Ventolin®, of Airomir®) en langwerkende luchtwegverwijders (bijvoorbeeld Salmeterol of Formoterol). De kortwerkende luchtwegverwijders worden meestal gebruikt als er zich klachten voordoen, dus zo nodig. Voor de behandeling van mild astma is het voldoende om een kortwerkende luchtwegverwijder te gebruiken op de momenten dat dit nodig is.
  • Ontstekingsremmers bestrijden de ontsteking in de luchtwegen en beschermen tegen prikkels. Deze medicijnen moeten elke dag worden ingenomen, ook als er geen aanval is. Ze voorkomen klachten op de langere termijn.
Bij matig tot ernstig astma wordt (naast een kortwerkende luchtwegverwijder) ook een ontstekingsremmer voorgeschreven. Soms worden er ook combinatiepufs voorgeschreven, bijvoorbeeld een langwerkende luchtwegverwijder met een ontstekingsremmer. Daarnaast kunnen ook ontstekingsremmende medicijnen in tabletvorm worden voorgeschreven.
Bij ernstige astma-aanvallen is het soms nodig een 'kuur' met een extra sterke ontstekingsremmer (Prednison) te geven. Vaak is het dan ook nodig het kind op te nemen in het ziekenhuis op de kinderafdeling. Er zijn dan ook frequente vernevelingen met luchtwegverwijders nodig.

Op de juiste manier inhaleren

Het is belangrijk dat luchtwegverwijders (bijvoorbeeld Salbutamol) en ontstekingsremmers op de juiste manier worden geïnhaleerd. Op deze manier komen ze direct op de plaats waar ze moeten zijn, namelijk de luchtwegen. In het ziekenhuis krijgen u en uw kind instructie over de juiste manier van inhaleren/puffen. U kunt ook veel informatie vinden op:

Ziekenhuisopname

Wanneer uw kind zo benauwd is dat Salbutamol-pufs niet meer helpen, gaat u met uw kind naar de huisarts. Het kan zijn dat de huisarts het nodig vindt dat uw kind wordt opgenomen op de kinderafdeling van het ziekenhuis.
In het ziekenhuis zal de kinderarts zal eerst naar de longen luisteren en zo nodig metingen doen van hartslag, ademhaling en zuurstofgehalte in het bloed (saturatie). Als behandeling zal de kinderarts uw kind een hoge dosering Salbutamol laten puffen of dit medicijn geven in vloeibare vorm, in een vernevelkapje of vernevelpijpje. Dit laatste wordt 'vernevelen' genoemd. Dit zal in het begin vaak herhaald moeten worden, totdat de luchtwegen wat meer open zijn.
De duur van de opname is afhankelijk van de ernst van benauwdheid en hoe snel uw kind reageert op de medicatie. Dit kan een dag zijn tot ruim een week. Soms is het nodig om aanvullende medicatie te geven, zoals Prednison of antibiotica. Ook kan het zijn dat er zuurstof moet worden gegeven.
Wanneer de luchtwegen open genoeg zijn, kan uw kind naar huis. De behandeling wordt dan thuis voortgezet met Salbutamol-pufs. U krijgt hiervoor een afbouwschema van puffen mee naar huis.
Na de ziekenhuisopname komen u en uw kind terug voor controle bij de kinderarts en de kinderlongverpleegkundige.

Astmapoli

Per 1 oktober 2016 is de Astmapoli van start gegaan. Kinderen van 6 jaar en ouder met astma kunnen hier worden gezien. Op de Astmapoli kijken de kinderlongverpleegkundige en de kinderarts samen naar uw kind. Zo nodig zal direct voor het bezoek aan de Astmapoli een longfunctieonderzoek worden gedaan. Voordeel is dat u zo in één bezoek klaar bent. Daarnaast hopen we op deze manier de zorg voor kinderen met astma te verbeteren. Aan de Astmapoli zijn twee kinderlongverpleegkundigen en 3 kinderartsen verbonden. 

Online astmazorg: de Luchtbrug

Blogbericht Online astmazorg project de Luchtbrug


Kinderlongverpleegkundige Kristel Wenting en Kinderarts Heleen Wijburg laten met luchtwegmodellen
aan Joris Heuvel zien hoe longen werken en leggen zorgvuldig uit
hoe een inhaler gebruikt moet worden.







Deel deze pagina: