KenniscentrumZiekte/AandoeningAllergie › Geneesmiddelallergie › Geneesmiddelallergie
Patiëntenfolders

Geneesmiddelallergie


Huisartsen en kinderartsen schrijven vaak geneesmiddelen voor aan kinderen. Een klein deel van de kinderen krijgt tijdens het gebruik van het geneesmiddel klachten die zouden kunnen passen bij een allergische reactie op het geneesmiddel.

Soorten allergische reacties

We onderscheiden verschillende soorten allergische reacties, variërend in ernst. Ernstige allergische reacties zijn bijvoorbeeld anafylaxie en ernstige huidreacties zoals Stevens-Johnson syndroom. Anafylaxie is een reactie die kort na de inname van het geneesmiddel ontstaat, meestal binnen 2 uur. Anafylaxie ontstaat bij herhaalde blootstelling aan het geneesmiddel, bijvoorbeeld bij de tweede of derde keer dat het kind het geneesmiddel gebruikt. Dit komt omdat het immuunsysteem dat betrokken is bij de anafylaxie eerst 'uitgelokt' moet worden.
Het Stevens-Johnson syndroom is een ernstige huidreactie met blaarvorming en zwelling van huid en slijmvliezen zoals de mond.
Milde allergische reacties zijn relatief milde klachten van de huid zoals huiduitslag of eczeem. Deze milde reacties ontstaan vaak na enkele dagen gebruik van het geneesmiddel.

Hoe vaak komt het voor?

Ernstige allergische reacties op een geneesmiddel zijn zeer zeldzaam bij kinderen.
Milde klachten van de huid tijdens geneesmiddel gebruik komen regelmatig voor. Bij kinderen gaat het meestal om rode huiduitslag tijdens gebruik van een antibioticum. Vaak wordt dan gedacht aan een allergische reactie op het antibioticum. Uit onderzoek blijkt echter dat het bij slechts een klein aantal kinderen (minder dan 10%) gaat om een echte geneesmiddelallergie. De meeste kinderen krijgen de huiduitslag ten gevolge van de infectie waar ze het antibioticum voor kregen.

Vaststellen geneesmiddelallergie

Bij het vaststellen van een geneesmiddelallergie is het verhaal heel belangrijk. De kinderarts zal onder andere vragen naar aard van de klachten, tijd tussen inname van het geneesmiddel en ontstaan van de klachten, eerder gebruik van het geneesmiddel en klachten waar het kind het geneesmiddel voor voorgeschreven kreeg.
Op basis van het verhaal maakt de kinderarts de eerste inschatting over de aard en ernst van de allergische reactie. In geval van vermoeden op een ernstige allergische reactie adviseert de kinderarts het geneesmiddel niet meer te gebruiken. Is het (toekomstig) gebruik van het geneesmiddel echter noodzakelijk voor het kind en zijn er geen alternatieven, dan zal de kinderarts het kind doorverwijzen naar een kinderallergoloog. Dit is een kinderarts die gespecialiseerd is in allergieën bij kinderen.
Bij vermoeden op een milde allergische reactie op een geneesmiddel, zal de kinderarts een open orale provocatietest voorstellen om een eventuele geneesmiddelallergie vast te stellen.

Open orale provocatietest geneesmiddelen

Tijdens de provocatietest verblijft het kind gedurende enkele uren op de kinderafdeling. Het kind krijgt opklimmende hoeveelheden van het geneesmiddel. Hierbij wordt gekeken of het kind klachten krijgt die passen bij een allergische reactie. Als er geen klachten ontstaan, gaat het kind naar huis. Thuis houden de ouders een dagboek bij waarin ze eventuele later optredende klachten kunnen noteren. Na een week volgt een afspraak met de kinderarts. Als er een allergische reactie optreedt, adviseert de kinderarts het geneesmiddel in principe niet meer te gebruiken. De huisarts en apotheek worden op de hoogte gebracht van dit advies. Als er geen geneesmiddelallergie is, kan het kind het geneesmiddel probleemloos gebruiken. De huisarts en apotheek worden ook in dit geval op de hoogte gesteld.



Deel deze pagina: