KenniscentrumZiekte/Aandoening › Allergie › Allergie

Allergie

Als er sprake is van een allergie, raakt het lichaam geïrriteerd door stoffen die eigenlijk onschadelijk zijn. Het afweersysteem beschermt ons tegen stoffen die het lichaam bedreigen. Bij mensen die allergisch zijn, komt het lichaam ook in opstand tegen (relatief) onschadelijke stoffen. Soms wordt een allergie bij elke reactie heftiger. Dit kan gevaarlijk zijn, een arts kan onderzoeken of er sprake is van zo'n allergie.

Immuunsysteem

De stoffen die de reactie veroorzaken, worden allergenen genoemd. Denk aan allergie voor katten, honden en huisstofmijt.
Kenmerk van allergie is dat het immuunsysteem betrokken is. Bij een allergie wordt door het lichaam een specifieke antistof gevormd, als reactie op de allergenen. Antistoffen die bij onderzoek naar allergie veel gemeten worden, zijn bijvoorbeeld de IgE-antistoffen. Soms spelen andere immunologische reacties een rol.
Bij een allergie is het 'alles of niets'. Ook kleine beetjes voedsel waar iemand allergisch voor is, geven een reactie. Dat geldt bijvoorbeeld voor kinderen met koemelkeitwit-allergie.

Soorten allergieën

Er zijn verschillende soorten allergieën:
 
  • Inhalatieallergie
    Een allergische reactie na het inademen van bepaalde stoffen, zoals stuifmeel (hooikoorts), huisstofmijt en huidschilfers van dieren.
  • Voedselallergie
    Een allergische reactie op bepaalde voedingsstoffen. Bijvoorbeeld noten of koemelkeiwit. Symptomen zijn benauwdheid, eczeem, tranende ogen, netelroos, jeuk, dikke oogleden of lippen. Mensen die heel erg allergisch zijn, kunnen in een shock raken (anafylaxie).
  • Contactallergie
    Een reactie na huidcontact met bijvoorbeeld rubber, parfum, zeep, of bepaalde voedingsmiddelen. Een contactallergie geeft eczeem of rode bulten.
  • Allergie voor insectengif (wespen- of bijensteken)
    Een allergie voor insectenbeten kan een forse zwelling en een rode vlek veroorzaken. Mensen die heel erg allergisch zijn, kunnen in een shock raken (anafylaxie).
  • Allergie voor bepaalde medicijnen
    Mensen met een geneesmiddelenallergie, bijvoorbeeld voor antibiotica, krijgen rode vlekken, zwelling of last van benauwdheid en soms een shock (anafylaxie).

Onderzoeken

Om met zekerheid te kunnen vaststellen om welke allergie het gaat, kan een arts (meestal een allergoloog) uw kind onderzoeken. Daarbij kan sprake zijn van verschillende onderzoeken:
  • Lichamelijk onderzoek.
    De arts bekijkt het kind en stelt vragen.
  • Bloedonderzoek.
    De antistoffen in het bloed worden onderzocht.
  • Huidtest op allergieën.
    Bij de intracutane huidtest spuit de arts stoffen onder de huid. Dit wordt gebruikt om een inhalatieallergie op te sporen. Bij de percutane huidtest (krasjestest) druppelt de arts de stoffen op de huid en maakt vervolgens een krasje op de huid. Deze test spoort voedselallergieën op.
  • Plakproef.
    Op de huid wordt een pleister met een bepaalde stof geplakt. Dit is een methode om een contactallergie op te sporen.
  • Eliminatietest.
    Bij deze test worden één voor één verdachte stoffen uit de omgeving of de voeding van het kind weggelaten. Als de klachten verminderen is de oorzaak meestal duidelijk.
  • Voedselprovocatietest.
    Door het kind een minimale hoeveelheid van een bepaalde verdachte stof te laten eten, kan bij een voedselallergie de oorzaak worden vastgesteld.

Oorzaken

De kans op een allergie is voor een groot deel erfelijk. De kans dat een kind een allergie ontwikkelt, wordt groter als de ouders ook een allergie hebben. Dit hoeft overigens niet dezelfde allergie te zijn als die van de ouders.
Roken tijdens de zwangerschap en na de geboorte vergroot de kans op een allergisch kind. Niet alleen een rokende moeder, maar ook een rokende vader heeft meer kans op een allergisch kind.
Het lijkt erop dat borstvoeding de kans op allergieën kleiner maakt. De kans op een allergie is juist groter als de moeder bepaalde dingen veel eet tijdens de zwangerschap of in de periode van het geven van borstvoeding, zoals pinda's, eieren, noten, vis of zuivel.
Kinderen die in de maanden juli tot oktober geboren zijn, hebben meer kans op een allergie. Waarschijnlijk komt dit doordat er in die maanden extra veel huisstofmijten en pollen in de lucht zijn.

Probeer een allergie te voorkomen

Een allergie zit vaak in de familie. Hoe meer gezinsleden allergisch zijn, hoe hoger het risico op een allergie voor de baby. Toch is er een aantal dingen die u zelf kunt doen om te voorkomen dat uw kind een allergie ontwikkelt. Dat zijn:
  • stop met roken, zeker tijdens de zwangerschap;
  • rook niet in huis;
  • rook niet in de directe omgeving van uw kind;
  • geef volledig borstvoeding, liefst gedurende de eerste 4 maanden.
  • geef de eerste 4 maanden geen bijvoeding;
  • houd het huis zo stofvrij mogelijk en ventileer voldoende;
  • neem voor de kinderkamer geen tapijt, maar harde gladde vloeren;
  • gebruik voor het bedje katoenen lakentjes en dekentjes die op 60 graden gewassen kunnen worden;
  • kies wasbare knuffels;
  • denk goed na over het nemen van huisdieren.
Zie ook www.stichtingvoedselallergie.nl.

Allergie en intolerantie    

Allergie en intolerantie worden wel eens verward. De overeenkomst is dat in beide gevallen het lichaam reageert op bepaalde stoffen. Maar er zijn belangrijke verschillen tussen allergie en intolerantie. Bij een intolerantie is het immuunsysteem niet betrokken. In geval van intolerantie voor voedingsmiddelen speelt de darm een rol. Zie: intolerantie


Deel deze pagina: