KenniscentrumAfdelingsinformatie › Pijn-beleid › Pijn en pijnbehandeling

Pijn en pijnbehandeling

Het uitgangspunt van alle medewerkers op de Kinderafdeling is dat kinderen zo min mogelijk pijn hebben. Daarom wordt veel aandacht besteed aan goede pijnmeting en pijnbehandeling. Het is belangrijk om pijn zorgvuldig te bestrijden. Bovendien geldt: hoe beter de pijn wordt bestreden, des te sneller het genezingsproces gaat.

Wat is pijn?

Een goede definitie van pijn is moeilijk. Er zijn dan ook meerdere definities van pijn te vinden. Het probleem met de meeste definities is dat ze niet toegepast kunnen worden bij pasgeborenen en jonge kinderen. Ze werken ook niet bij kinderen die door een handicap niet goed onder woorden kunnen brengen hoe ze zich voelen. Al deze kinderen kunnen niet zelf aangeven dat ze pijn hebben en hoe erg die pijn is. Deze groep heeft hulp nodig bij het aangeven van pijn, zodat anderen een juiste inschatting kunnen maken van de mate van pijn die het kind ervaart. Om die reden wordt binnen de kindergeneeskunde de volgende omschrijving van pijn gebruikt:

'Pijn is datgene dat het kind voelt en bestaat als dit verbaal en/of non-verbaal door hem wordt geuit óf wanneer de ouder en/of kinderverpleegkundige, vanuit hun specifieke deskundigheid, veronderstellen dat het kind pijn heeft.'

Eenvoudig gezegd: in de kindergeneeskunde gaan we er altijd vanuit dat een kind pijn heeft als het kind dit op de een of andere manier aangeeft. Ook als de ouder of de kinderverpleegkundige vermoedt dat het kind pijn heeft, gaan we er vanuit dat dit ook werkelijk zo is.

Het meten van pijn

Om pijn te kunnen meten zijn ook de direct betrokkenen van belang (ouders en/of kinderverpleegkundigen) bij kinderen die niet zelf kunnen aangeven dat ze pijn hebben en hoeveel pijn ze hebben. De laatste jaren is veel onderzoek gedaan naar methoden om pijn te meten bij kinderen. Zo kan zo objectief mogelijk worden vastgesteld hoeveel pijn een kind heeft. Voor de verschillende leeftijdsgroepen worden verschillende pijnmeetmethoden in het Slingeland Ziekenhuis toegepast.

Comfort Score

Bij de jongste kinderen wordt gebruik gemaakt van de Comfort Score. Deze methode wordt ook gebruikt bij kinderen die, bijvoorbeeld door een handicap, de mate van pijn niet goed onder woorden kunnen brengen. Het is een betrouwbare methode die de mate van comfort en pijnbeleving meet op basis van een aantal gedragskenmerken, zoals alertheid, onrust, ademhaling en spierspanning.

VAS-score

Bij de wat oudere kinderen wordt gebruik gemaakt de VAS-score of de VAS-Verpleegkundigescore. Daarbij worden onder meer gezichtjes-schalen gebruikt. Dit zijn getekende gezichtjes die uitdrukken hoeveel pijn iemand heeft.
Op deze manier wordt pijn gemeten en vastgelegd in het dossier. Het is zo direct duidelijk of een kind pijn heeft. Ook wordt duidelijk of de pijn te veel is en of er iets aan moet worden gedaan.

Gezichtjesschaal voor pijnmeting

Registratie en meting

Met het oog op de patiëntveiligheid (VMS) zijn er landelijk afspraken gemaakt over het meten, registreren en behandelen van pijn bij kinderen. Zo is de afspraak dat van alle kinderen die op de Spoedeisende Hulp komen, bij aankomst en vertrek de pijn wordt gemeten en geregistreerd.
Op de Kinderafdeling wordt de pijn gemeten en geregistreerd van alle kinderen die worden geopereerd. Dit gebeurt niet alleen voor en na de operatie, maar zo lang het kind in het ziekenhuis verblijft. Wanneer de pijn te erg is, wordt geprobeerd hier met extra pijnstilling iets aan te doen.
Bij kinderen die niet geopereerd zijn, wordt pijn gemeten als daar aanleiding voor is. Uiteraard krijgen ook deze kinderen waar nodig de juiste pijnbestrijding.

Behandeling van pijn

Pijn kan worden behandeld met onder meer medicijnen. Daarnaast zijn er verschillende technieken die een gunstig effect hebben op de pijn van een kind. Belangrijk zijn bijvoorbeeld uitleg en afleiding. Moet een kind een onaangename handeling ondergaan, dan zal de pedagogisch medewerker waar mogelijk vooraf het kind en de ouders uitleggen wat er gaat gebeuren. Tijdens de handeling wordt samen met de ouders geprobeerd het kind af te leiden. Het is bewezen dat kinderen hierdoor de handelingen als minder pijnlijk ervaren.
Moet er een infuus worden ingebracht, dan kan van tevoren een verdovende zalf worden aangebracht op de plek waar wordt geprikt. De inwerking hiervan duurt enige tijd. Als daar geen tijd voor is, gebeurt de verdoving met de sneller werkende, maar iets minder krachtige zogeheten 'bananen-spray'.
Pijn na een operatie wordt behandeld met medicijnen. Voor pijn na een operatie bij kinderen geldt een protocol, dat in het hele ziekenhuis wordt gebruikt. Het protocol is opgesteld door de kinderartsen samen met de anesthesiologen (specialisten pijnbestrijding). Omdat iemand na een operatie ook misselijk kan zijn, is er naast behandeling van de pijn of aandacht voor bestrijding van de eventuele misselijkheid.

Rol van de ouder/verzorger

Als ouder/verzorger kunt u zelf ook het nodige doen. Kijk goed naar uw kind en vraag hoe erg de pijn is. Heeft het kind heftige pijn, dan is het raadzaam dit altijd te melden bij de verpleegkundige. Deze kan met u kijken wat het beste aan de pijn kan worden gedaan. Pijn is niet altijd helemaal te voorkomen, maar het is goed om te proberen de pijn zo min mogelijk te maken.

Hypnotherapie bij chronische buikpijn

Er zijn kinderen met chronische buikpijn, waarbij na gedegen onderzoek geen medische oorzaak van de buikpijn wordt gevonden. Een aantal van deze kinderen heeft baat bij hypnotherapie. Deze vorm van behandeling wordt in het Slingeland Ziekenhuis al geruime tijd met succes toegepast door de kinderpsycholoog. De kinderpsycholoog bekijkt of deze vorm van therapie geschikt kan zijn voor het kind.


Deel deze pagina: