KenniscentrumAfdelingsinformatie › Neonatologie › Neonatologie

Neonatologie

Zorg voor pasgeboren baby

folder NeonatologieOp de afdeling Neonatologie liggen pasgeboren kinderen met gezondheidsproblemen waarvoor behandeling en zorg in het ziekenhuis noodzakelijk is. De afdeling Neonatologie bevindt zich vooraan op de kinderafdeling B0 (route ‘verpleegafdeling B0’).

Gezondheidsproblemen

Op de afdeling Neonatologie liggen pasgeborenen met gezondheidsproblemen, zoals:
  • kinderen die te vroeg geboren zijn (premature baby);
  • een te laag geboortegewicht in verhouding tot de zwangerschapsduur (dysmature baby);
  • een infectie;
  • het tijdelijk nodig hebben van ademhalingsondersteuning;
  • aangeboren afwijkingen;
  • kinderen die zuurstoftekort hebben gehad rondom de bevalling;
  • lage bloedsuikers, lage lichaamstemperatuur of medicatiegebruik van de moeder en daarom geobserveerd moeten worden.

Het team

De zorg op de afdeling Neonatologie wordt gegeven door de kinderartsen en speciaal hiervoor opgeleide verpleegkundigen. Zij worden hierin ondersteund door diverse andere medewerkers. Dat zijn:

De afdeling

De afdeling Neonatologie bestaat uit totaal 13 opnameplekken. Op de afdeling zijn twee couveusesuites aanwezig; een suite met 1 opnameplek en één met 2 opnameplekken. In deze couveusesuites kan moeder samen met haar kind(eren) verblijven. Ook kan vader desgewenst blijven slapen.

Apparatuur

Rond de couveuse, het warmtebed of de wieg van de baby staat veel apparatuur.Het kan zijn dat het kind aangesloten wordt op een monitor tijdens de opname. Deze monitor bewaakt de hartslag, de ademhaling en het zuurstofgehalte in het bloed.
Daarnaast kan er speciale apparatuur staan die nodig is voor de behandeling. Bijvoorbeeld een apparaat dat de ademhaling ondersteunt als het kind nog niet goed zelf kan ademen.
Met behulp van infuuspompen worden medicijnen en vocht nauwkeurig gedoseerd toegediend.

Visie op zorg

Er wordt gewerkt volgens het principe van familiegerichte/gezinsgerichte zorg. Als afdeling Neonatologie kiezen we voor familiegerichte/gezinsgerichte zorg omdat we ouders en kind niet los van elkaar zien. Elk gezin is uniek en we kijken naar de behoeften van de ouders en hun gezin.
Uitgangspunten voor familiegerichte/gezinsgerichte zorg in het Slingeland Ziekenhuis zijn dat;
  • Ouders en kind zoveel mogelijk samen kunnen zijn. Dit realiseren we door de aanwezigheid van twee couveusesuites op de neonatologieafdeling waarvan gebruik gemaakt kan worden.
  • Ouders zijn de belangrijkste verzorgers van hun kind, de verpleegkundige ondersteunt de ouders waar nodig en mogelijk. Dit betekent dat de ouders betrokken worden in de zorg van hun kind en dat ervoor zorggedragen wordt dat ze altijd aanwezig kunnen zijn bij mijlpalen (bijv. 1e badje, 1e flesje, in de wieg gaan) en onderzoeken. Wensen van ouders zijn altijd bespreekbaar. Beslissingen worden  zoveel mogelijk samen genomen. Het is prettig als ouders hun bevindingen delen met het team. Daarom is er dagelijks overleg met ouders over hun kind en is er een wekelijks een zorggesprek met de verpleegkundige, naast het wekelijkse gesprek met de kinderarts. Het zorggesprek is een gesprek met ouders en verpleegkundige waar punten besproken worden ten aanzien van het verloop van de opname en worden belangrijke zorgaspecten besproken worden t.a.v. hun kind.
  • We proberen de natuurlijke ontwikkeling van het kind zoveel mogelijk te ondersteunen in de zorg. We noemen dit ontwikkelingsgerichte zorg (OGZ). We proberen daarbij om stress bij het kind zoveel mogelijk te voorkomen en daarnaast veel comfort te bieden. We kijken goed naar de uitingen van het kind. Hoe reageert het bijvoorbeeld op de omgeving, waar voelt het zich prettig bij en hoe reageert het op de voeding?
    Voorbeelden van interventies daarbij zijn;
    • het dimmen van het licht op de afdeling,
    • de ogen van het kind afschermen voor fel licht.
    • beperken van geluid op de afdeling,
    • het kind niet onnodig wakker maken en hem of haar verzorgen in een comfortabele houding waarbij gelet wordt op de lichaamstaal,  
    • eventueel wordt er gebruik gemaakt van hulpmiddelen (snuggle-up, frog, opgerolde handdoek) om de kinderen een goede en prettige houding te geven.
    • buidelen oftewel 'kangoeroeën', waarbij het kind op de borst van vader of moeder wordt gelegd.
    • bij het verrichten van stressvolle, pijnlijke handelingen zoals bloedprikken, wordt van tevoren een sucroseoplossing (water met suiker) gegeven aan het kind om de pijn te verminderen.
    • voeden volgens de richtlijn Early Feeding Skills (EFS). 
Ontwikkelingsgerichte zorg in combinatie met het verblijf in de couveusesuites heeft voordelen voor ouders en kind, zoals betere glucosewaarden bij het kind, meer zelfvertrouwen bij ouders en meer mogelijkheden om na ontslag de signalen van hun kind juist te interpreteren. Hierdoor zal de overgang van het ziekenhuis naar huis minder stressvol verlopen.
De verpleegkundige ondersteunt ouders in de zorg voor hun kind, om zo de relatie en hechting met hun kind te bevorderen. Dit wordt geprobeerd door instructie te geven over:
  • hoe stress bij het kind te verminderen, te beperken.
  • hoe de relatie tussen de ouders en kind te bevorderen.
  • instructie te geven in de zorg voor het kind en hoe de zelfregulatie van het kind te bevorderen.
  • te leren kijken naar het gedrag van het kind; wat vindt het kind juist prettig of juist onprettig en uitleggen hoe je dat kunt zien.
  • het team bevordert het buidelen oftewel 'kangoeroeën', waarbij de baby op de borst van vader of moeder wordt gelegd.

Voeding

Het Slingeland stimuleert en ondersteunt het geven van borstvoeding  zoveel mogelijk. Moedermelk heeft namelijk een bijzondere samenstelling en beschermende eigenschappen. Deze spelen een belangrijke rol bij de opbouw van het immuunsysteem en de groei van hersenen en zenuwstelsel van een baby.
Zo mogelijk wordt de pasgeborene zo snel mogelijk na de geboorte aan de borst gelegd. Als de baby niet in staat is zelf te drinken, wordt de moeder geholpen bij het op gang brengen en in stand houden van de borstvoeding.
Uiteraard kan alleen moedermelk worden gegeven als deze voldoende voorhanden is. Is dat niet geval, dan wordt uitgeweken naar kunstvoeding. Dit gebeurt soms ook om medische redenen.
Voor ondersteuning en advisering van de moeder bij het geven van borstvoeding zijn lactatiekundigen aanwezig. De lactatiekundige kan worden ingeschakeld bij:
  • voorlichting en advies met betrekking tot borstvoeding, zowel voor ouders als verpleegkundigen;
  • problemen bij het aanleggen van de baby;
  • voedingsbegeleiding bij vroeggeboorte;
  • onvoldoende melkproductie en/of onvoldoende groei van de baby;
  • het weigeren van de borst;
  • pijnklachten van de borst(en);
  • ziekte of handicap van moeder of baby;
  • borstontstekingen.
Soms lukt het niet om borstvoeding te geven. In dat geval wordt in overleg met de ouders gekozen voor een zuigelingenvoeding die het beste past bij de klinische conditie en de leeftijd van de baby.
 
Om het kind goed en op een prettige manier te leren drinken wordt er op de Neonatologie gevoed volgens de EFS richtlijn. Het doel van de EFS is om de ontwikkeling van het drinken volledig in kaart te brengen. We kijken of een kind wel bereid is om voeding tot zich te nemen. Naar  aanleiding van de observaties tijdens het voedingsmoment worden er evt. aanpassingen gedaan in de manier van voeden.  Bijv. het aanpassen van de houding van het kind, het inlassen van pauzes, een andere fles of speen of overgaan op sondevoeding.
Als de aanpassingen onvoldoende effect hebben, vragen we of een logopedist mee kan kijken tijdens een voedingsmoment.
 
Voor meer informatie of voor een kennismakingbezoek kunt u altijd contact opnemen met de kinderafdeling. Telefoonnummer (0314) 32 9298


Deel deze pagina: