KenniscentrumZiekte/AandoeningNieren en urinewegenNier-afwijkingen › Vesico-urethrale reflux › Vesico-ureterale reflux

Vesico-ureterale reflux

Urine stroomt terug van blaas naar nier

Vesico-ureterale reflux (VUR) is het terugstromen van urine vanuit de blaas (vesica) via de urineleider (ureter) naar de nier. Vesico-ureterale reflux kan enkelzijdig (naar één nier) of dubbelzijdig (naar beide nieren) voorkomen.

Ventielmechanisme

In de nieren wordt urine geproduceerd. Via het nierbekken en de urineleider komt de urine in de blaas terecht. In de blaas wordt de urine opgeslagen, totdat de urine via de plasbuis het lichaam kan verlaten. De inmonding van de urineleider in de blaas werkt normaal gesproken als een soort klepje of ventiel. Er kan wel urine de blaas in, maar de urine kan niet terug.
Bij vesico-ureterale reflux werkt het ventielmechanisme niet of minder goed, bijvoorbeeld doordat de inmonding niet op de juiste plek zit of de juiste hoek maakt. Daardoor kan de urine terugstromen in de urineleider.

Vijf gradaties

Vesico-ureterale reflux kent vijf gradaties:
  • graad 1 is de lichtste vorm, met terugstroom tot in de urineleider;
  • bij graad 2 komt de terugvloed tot in de nier;
  • bij graad 5, de zwaarste vorm, komt de urine tot in een wijd uitgezette nier en is er verlies van het normale nierweefsel (nierschade). 

Symptomen

Vesico-ureterale reflux hoeft geen klachten te geven. Als de reflux leidt tot symptomen, dan zijn dit meestal urineweginfecties. Bij lichte vormen van vesico-ureterale reflux is er vaak geen nierschade, bij zwaardere vormen kan dit wel het geval zijn. Is er sprake van nierschade, dan kan dit het gevolg zijn van de reflux, maar het kan ook zijn dat de nier in aanleg al niet goed was (aangeboren). Bij nierschade bestaat er meer kans op het ontwikkelen van hoge bloeddruk op latere leeftijd. Levenslange controle is dan belangrijk.

Onderzoeken

Met een röntgenonderzoek van de blaas kan reflux worden aangetoond. Dit is een zogeheten Mictie Cysto Ureterografie (MCUG). Bij dit onderzoek wordt een katheter via de plasbuis in de blaas geschoven. Vervolgens wordt via het katheter een contrastvloeistof toegediend. Met röntgenfoto's wordt dan gekeken of er terugstroom is van urine naar de nieren.

Behandeling

Lichte vormen van vesico-ureterale reflux hoeven niet altijd te worden behandeld. Tot een leeftijd van circa 8 jaar groeit een kind er soms overheen. Reflux waarbij veel urineweginfecties optreden of waarbij sprake is van nierschade, moeten wel behandeld worden. Ook moeten andere mogelijke oorzaken van urineweginfecties worden onderzocht, zoals obstipatie en een verkeerd plaspatroon. Om infecties te voorkomen, wordt soms dagelijks een lage dosis antibiotica gegeven. Dit heet onderhoudsmedicatie of profylaxe.

Operatie

Als urineweginfecties met koorts toch blijven optreden of als de nierschade oploopt, is een operatieve behandeling door de kinderuroloog nodig. Soms lukt het om de reflux te verminderen door via een kijkoperatie in de blaas wat vloeistof te spuiten op de plek waar de urineleider (ureter) de blaas binnenkomt. Daardoor ontstaat een betere ventielwerking, die de terugvloed tegenhoudt. Soms is het nodig om de ureter naar een andere plek in de blaas te verplaatsen en opnieuw in te hechten (ureter reïmplantatie).




Deel deze pagina: