KenniscentrumZiekte/Aandoening › Huid › De huid

De huid

De huid (afbeelding shutterstock)De huid is het grootste orgaan van het menselijk lichaam en bestaat uit drie lagen:
  • de opperhuid (epidermis);
  • de lederhuid (dermis);
  • het onderhuids vetweefsel/de onderhuid (hypodermis)
Bij de huid horen ook de haren, de nagels, talgklieren en zweetklieren.

De huid heeft meerdere functies:
  • de huid beschermt tegen verwondingen;
  • de huid beschermt tegen ziekteverwekkers, zonlicht en schadelijke stoffen;
  • De huid speelt een rol bij de aanmaak van vitamine D;
  • je kunt met de huid voelen;
  • de bloedvaten en zweetklieren in de huid spelen een rol bij de temperatuurregeling van het lichaam;
  • de onderhuidse vetlaag zorgt dat het lichaam warmte kan vasthouden.

De opperhuid (epidermis)

De opperhuid is de buitenste laag van de huid en bestaat uit epidermiscellen. Deze cellen worden onderin de opperhuid aangemaakt en schuiven langzaam naar boven.

De bovenste laag epidermiscellen wordt hoornlaag genoemd. Deze hoornlaag bestaat uit hoorncellen. Dit zijn dode cellen. Op sommige plekken is de hoornlaag erg dik, zoals onder de voeten en in de handpalmen. Dat wordt eelt genoemd.
De opperhuid wordt continu vernieuwd. Het duurt ongeveer vier weken voordat de hele opperhuid is vernieuwd. Het bovenste laagje dode hoorncellen laat steeds vanzelf los. Meestal is dit niet merkbaar, maar bij een snelle celdeling, zoals na verbranding door de zon is dit zichtbaar als ‘vervellen’.
Onder in de opperhuid liggen pigment vormende cellen. Dit pigment beschermt de huid tegen zonlicht en geeft ook de kleur aan de huid.

De lederhuid (dermis)

Onder de opperhuid ligt een dikkere huidlaag, de lederhuid. Hierin zitten:
  • haarzakjes met haren
  • talgklieren
  • zweetklieren
  • zenuwuiteinden
  • bloedvaten
  • bindweefselcellen
De lederhuid bepaalt hoe soepel de huid is. Een beschadiging aan de lederhuid zorgt ervoor dat de huid minder soepel wordt. De lederhuid wordt niet steeds vernieuwd zoals de opperhuid, maar een beschadiging van de lederhuid wordt opgevuld met bindweefsel. Dit weefsel ziet er anders uit dan de rest van de huid. Een beschadiging aan de lederhuid blijft daardoor altijd zichtbaar als een litteken.

Haren

De haren bestaan uit hoorncellen en groeien uit haarzakjes. Haarzakjes zitten in de lederhuid en over het hele lichaam, behalve op de lippen, in de handpalmen en onder de voeten. Er zijn twee soorten haren:

Vellusharen

Vellusharen zijn kleine donshaartjes van ongeveer 2 mm tot 3 mm lang, die over het hele lichaam zitten. De vellusharen in de schaamstreek en de oksels veranderen tijdens de puberteit in terminale haren.

Terminale haren

Terminale haren zijn ontwikkelde haren die langer, steviger, dikker en donkerder zijn dan het kortere en dunnere vellushaar. Bij mannen ontstaan ook terminale haren op de borst en buik, armen en benen en in het gezicht (baardgroei). De haren op het hoofd zijn ook terminale haren. Terminale haren kunnen ongeveer vier jaar oud worden. Per dag kunnen ongeveer 50 tot 100 hoofdharen uitvallen.

Nagels

Nagels bestaan uit hoorncellen, die stevig op elkaar gepakt zitten. De nagels beschermen de tenen en vingertoppen. Iedere maand groeit een vingernagel ongeveer 3 mm. Een teennagel groeit ongeveer 0,5 mm tot 1 mm per maand.

Talgklieren

De talgklieren maken talg aan. Talg bestaat uit vettige stoffen die de huid soepel houden en ervoor zorgen dat de huid niet uitdroogt. Op sommige plekken zitten extra veel talgklieren, zoals in het midden van de borst en de rug, in het gezicht en op het behaarde hoofd. Er zitten geen talgklieren onder de voeten, op de lippen en in de handpalmen.

Zweetklieren

De zweetklieren zorgen voor de aanmaak van zweet. Er zijn zweetklieren die de lichaamstemperatuur regelen (eccriene zweetklieren). Die zitten op het hele lichaam. Daarnaast zijn er zweetklieren die een sterke geur produceren (apocriene zweetklieren). Die zitten in de oksels en rond de geslachtsorganen. Het zweet zorgt voor afkoeling van het lichaam. Zweet uit apocriene zweetklieren speelt ook een rol bij seksuele aantrekking.

Bloedvaten

Door de bloedvaten worden zuurstof en voedingsstoffen voor de huid aangevoerd. De bloedvaten zorgen samen met de zweetklieren dat de huid de lichaamstemperatuur kan regelen. Door verwijding van de bloedvaten raak je warmte kwijt en door vernauwing van de vaten wordt de warmte juist vastgehouden.

Onderhuids vetweefsel

De onderhuidse vetlaag bestaat uit vet, bloedvaten en bindweefsel. Deze laag vormt de verbinding tussen de huid, spieren en pezen. De vetlaag dient als energie-opslag en als isolatie, zodat het lichaam warmte goed kan vasthouden.


Deel deze pagina: