KenniscentrumOnderzoeken › Infuusprikken › Infuusprikken bij een kind

Infuusprikken bij een kind

Als uw kind een infuus moet krijgen, dan wordt dit gedaan door de kinderarts of een verpleegkundige op de Kinderafdeling (B0).

Verdovende spray of zalf

Bij kinderen tot 1 jaar kan er vlak voor het prikken een verdovende spray worden gebruikt.
Kinderen vanaf 1 jaar krijgen op twee plaatsen een verdovende zalf. Bij kinderen tussen 1 en 3 jaar is dit een koude zalf, waar een doorzichtige pleister overheen wordt geplakt. Bij kinderen vanaf 3 jaar is dit een kant-en-klare pleister, die warm wordt door de werking van de zalf. De pleisters worden meestal op de hand en aan de binnenkant van de elleboogplooi geplakt.
Tijdens het inwerken van de zalf kan uw kind in de huiskamer van de Kinderafdeling wachten, waar het kan spelen.

Het prikken

Als de zalf voldoende is ingewerkt, wordt het infuus geprikt. Dit gebeurt op de onderzoekskamer van de Kinderafdeling. Voor het prikken kijkt de kinderarts of verpleegkundige wat de beste plaats is voor het infuus. Vervolgens krijgt uw kind een strakke band om de arm (een stuwband). De huid wordt met een naar alcohol ruikend gaasje gepoetst, waarna de prik volgt. Door de zalf is de prik minder pijnlijk.

Na het prikken

Als het infuus goed zit, wordt de naald verwijderd. Er blijft dan een dun plastic rietje achter in de hand of arm. Aan de buitenkant zitten twee dopjes, waardoor medicatie of vloeistif gegeven kan worden. Het infuus wordt stevig vastgeplakt. Om het buigen van de hand of arm te voorkomen, wordt deze op een steuntje gelegd en ingepakt met verband.

Verwijderen van het infuus

Bij het verwijderen van het infuus is vooral het afhalen van de pleisters vervelend. Het weghalen van het rietje is in principe niet pijnlijk.



Deel deze pagina: